Jacqueline Poelman werd op 5 oktober
1973 geboren. In haar woonplaats Leek was geen atletiekvereniging maar
toen de atletiekvereniging Argo'77 een aparte afdeling begon in Roden
was zij er als de kippen bij om zich aan te melden als lid. Dat was
in 1984 en omdat ze toen nog in de pupillencategorie viel ging ze automatisch
meedoen aan de pupillenmeerkampen en 's winters natuurlijk ook aan de
verschillende crossjes die er dan zijn. Die kou en modder waren echter
niet haar fijnste ervaring en dat heeft uiteindelijk geleid tot haar
keuze voor de sprint.
Bij Argo'77 trainde Jacqueline onder
leiding van Teije Blauw. Bij voorkeur trainde ze daar in een groep,
want gezelligheid staat naast presteren ook hoog op het lijstje genoteerd.
Door haar opvallende prestaties werd ze opgenomen in de MARS-jeugdselectie
van de KNAU.
Op jeugdige leeftijd heeft Jacqueline
al een aantal goede prestaties achter haar naam staan en nam ze al deel
aan een aantal grote toernooien. In 1991 was het Europees Junioren Kampioenschap
(EJK) in Thessaloniki een teleurstelling, omdat de prestaties daar na
een heel goed seizoen uiteindelijk tegenvielen en ze op zowel 100 als
200 meter de finale niet haalde. Een jaar later maakte ze dat ruimschoots
goed door op de WJK in Seoul een 2e plaats op de 100 meter en een 4e
plaats op de 200 meter te halen. In 1992 was ze ook al deelnemer aan
de Olympische Spelen in Barcelona als lid van de estafetteploeg op de
4x100 meter.
In het begin van 1994 werd Jacqueline
3e op de 200 meter tijdens het EK Indoor in Parijs. In dat jaar nam
ze ook deel aan het EK-outdoor voor senioren. Hoewel ze er van overtuigd
was in goede doen een finaleplaats op de 200 meter te kunnen halen bleef
ze uiteindelijk op zowel de 100 als 200 meter in de halve finale steken.
Het WK Indoor in 1995 werd geen succes.
Nadat Jacqueline op het Nederlands Kampioenschap Nellie Cooman had verslagen
op de 60 meter leek ze tijdens het WK over haar hoogtepunt heen.
Inmiddels had Jacqueline haar CIOS-opleiding
in Heerenveen afgerond en nadat ze haar atletiekcarrière had
gecombineerd met werk in een sportschool besloot ze in 1996 haar intrek
te nemen in het topsportershuis van NOC*NSF in Utrecht, samen met o.a.
Ester Goossens. Dat betekende tevens het afscheid van Argo'77. Gezien
haar voorkeur voor het trainen in een groep kwam ze terecht bij Peter
Verlooy, die bij Hellas een sprintgroep onder zijn hoede heeft.
Die overgang van Leek naar Utrecht
was allesbehalve gemakkelijk en aanvankelijk leek het seizoen ook op
een mislukking uit te lopen. Het indoorseizoen 1995/'96 werd een ramp
en al snel werd besloten het bij wedstrijden voor gezien te houden.
Het EK indoor en de Olympische Spelen bleken in 1996 dan ook niet haalbaar.
Tegen het eind van het buitenseizoen
1996 leek de oude Jacqueline weer te voorschijn te komen en zaten de
prestaties weer in de opgaande lijn. Na haar demonstratie met Eric Roeske
in Sport7 leken lol en prestatie weer samen te gaan en ziet de toekomst
er weer stukken beter uit. Het indoorseizoen 1997/98 was weer redelijk
succesvol. Tijdens de wedstrijden om het Nederlands Kampioenschap werd
Jacqueline met overmacht eerste op de 60 meter. Dat voegde weer een
nationale titel toe aan haar toch al grote aantal titels.
Het jaar 1998 was het begin van één
van de slechtste perioden uit het atletiekleven van Jacqueline. Na een
goede start van het zomerseizoen bleek ze last te hebben van een stressfactuur
aan het scheenbeen. Toen rust niet voldoende bleek voor een herstel
moest er eind 1998 operatief worden ingegrepen. Het indoorseizoen 1998/99
ging zonder wedstrijden voorbij. Helaas bleek de breuk nog niet hersteld.
Met voorzichtige trainingen werd in 1999 een heel goed seizoen gedraaid,
maar in augustus moest er opnieuw een operatie aan te pas komen.
Opnieuw werd een indoorseizoen overgeslagen
en het seizoen 2000 werd langzaam opgebouwd. Pas in juli loopt ze haar
eerste wedstrijden. In Amsterdam behaalt ze opnieuw een Nederlandse
titel en in augustus komt ze in Oordegem tot haar tweede tijd ooit op
de 200 meter (23.20sec). In september doet ze een geslaagde aanval op
het "Nederlands record" op de 150 meter. Met een tijd van
17.28sec lukt ook dit.
Het volgende indoorseizoen, met nauwelijks
wedstrijden, laat ze voorbij gaan om zich voor te bereiden op haar volgende
doel. Dat is deelname aan de Universiade. In Tilburg behaalt ze weer
eens de dubbel op de Nederlandse kampioenschappen. In Hechtel evenaart
ze haar persoonlijk record op de 200 meter (uit 1994!) en in Cottbus
in Duitsland loopt ze de 8e Nederlandse tijd aller tijden op de 400
meter (52.84sec).
Bij de Universiade in Peking staat
Jacqueline voor het eerst sinds jaren weer aan de start bij een groot
toernooi. Zowel op de 100 als 200 meter haalt ze de finale, waar ze
respectievelijk 5e en 6e wordt.
Eindelijk heeft ze (na het voorjaar
1995) weer een groot toernooi mee gemaakt. Nu gaat ze verder op weg
naar het jaar 2002, waar de Europese kampioenschappen in Munchen het
hoofddoel zijn. De ticket voor dat tournooi wordt pas op de laatste
moment dat dat mogelijk is in Heusden veilig gesteld. Daar loopt Jacqueline
een nieuwe, 23.00 exact.
In Munchen lukt het haar niet meer
om haar PR nog verder aan te scherpen, maar door een goede tijd van
23.13 haalt ze toch de finale waarin ze zevende werd. Na de finale op
de Europese kampioenschappen werd er een stressfractuur in haar rechtervoet
geconstateerd, wat deels verklaarde waarom het niet nog beter ging in
Munchen.
Het indoorseizoen van 2003 laat Jacqueline
dan ook aan zich voorbij gaan om haar voet helemaal te laten genezen,
het WK outdoor in Parijs is voor haar van veel meer belang. Met de dames
estafetteploeg plaatst ze zich al heel snel voor dit WK, op de 200 meter
is het een moeizaam gevecht tegen de scherpe limiet die de KNAU eist.
Ze haalt deze dan ook net niet. Maar omdat Jacqueline altijd bewezen
heeft een goede tournooiloper te zijn, besluit de bond haar toch te
sturen naar de lichtstad waar Jacqueline gaat proberen de 23 seconden
grens te slechten.